1. AAN DE WANDEL

‘Jullie bord is verdwenen!’ De buurvrouw, een lieve dame van zeventig, altijd behulpzaam, gebaart naar de hoek van de straat, waar ons bord met HUIS TE KOOP heeft gestaan. ‘Het is al drie dagen weg.’
Het was mij nog niet opgevallen. Teveel met andere dingen bezig?

We lopen samen naar de hoek en kijken of we het bord ergens zien liggen. Het heeft al eens bij ons in de tuin gestaan’, zegt de buurvrouw. ‘O?’, zeg ik verbaasd. ‘Mijn zoon en ik hebben het weer teruggebracht.’ ‘Het is ook al een paar keer uit de grond gerukt en op straat gesmeten,’ vul ik aan. ‘Ik help je wel zoeken,’ biedt de buurvrouw aan. ‘Laten we per huizenblok kijken.’ Na een half uurtje vinden we het bord. Het staat in de tuin van een ander hoekhuis. Ik bel aan. Een mevrouw die haar hondje uitlaat, blijft staan. ‘Deze mensen zijn nog met vakantie,’ vertelt ze. De buurvrouw en ik giechelen. Eindelijk lekker thuis, staat je huis te koop.

De paal zit nog goed vast. Zwaar is hij ook. Samen sjouwen we er het hele eind mee terug. Zoiets zie ik nou nooit op HUIZENJACHT.
‘Hoe ging het met de laatste kijkers?’, vraagt de buurvrouw. Ze waren al voor de derde keer gekomen. Ditmaal was ik er ook bij.

‘Hij vond het vreselijk dat de tuin zo groen en privé is. Hij wilde over het hek met buren kletsen. Zij bekeek het huis vol verlangen. Hij had overal kritiek op.’ Ze gingen weg en even later belde hij aan om te zeggen dat de nok scheef zou zitten. Mooi niet. Eikel.’
‘Het huis wil helemaal niet dat jullie weg gaan,’ zegt de buurvrouw.’Daarom wandelt het bord steeds weg.’
Ik zal haar missen…
Het bord is aan de ketting gelegd.

Hanne-Claire Fluri

September 2009

Recent Posts

Leave a Comment