2. EEN GEZOND MAALTJE

‘Het eten staat klaar in de keuken, Jaap. Je kunt opscheppen.’ ‘Mooi.’
‘Wat heb je nou op je bord gedaan? Wat ligt er op je sla?’ ‘Mayonaise.’

‘Ik heb je lievelingssausje van de laatste tijd gemaakt: Olijfolie, geen balsamico, maar witte wijnazijn, honing en mosterd, geen knoflook of verse kruiden.‘
‘Olijfolie begint me tegen te staan.’

‘O.
De sla heb ik gemaakt zoals jij die graag wilt: met een uitje, tomaat, ei

en komkommer. De zilveruitjes en augurken heb ik apart in een schaaltje gedaan, die heb ik er zelf liever niet bij.’
‘Ja, helemaal goed, bedankt.’
‘Hoe kom je nou aan die aardappelpuree?’

‘Het restant van gisteren. Even in de magnetron opgewarmd.’
‘Ik had speciaal rösti gemaakt voor vanavond met jouw soort kaas erin.’ ‘Het zag er zo krokant uit. Iedere dag puree vind ik prima hoor. Mag ook vanuit een zakje. Maakt mij niet uit. Rijst en pasta hoeven voor mij eigenlijk niet. De vis is overigens heerlijk.’
‘Ja hè? De filets zijn van die goeie visboer. Ik was daar toch in de buurt. Maar wil je niet wat broccoli?’
‘Ze is nog een beetje te knapperig. Sorry hoor. Ik heb liever dat je het helemaal gaarkookt en er dan zo’n ouderwetse dikke witte saus over maakt. En wil je dat dan voortaan ook over de prei en de andijvie doen?’ ‘Tj..ja.’
‘Wat heb je voor toetje?’
‘Eh..’
‘Er is toch nog een stuk mokkataart over van het bezoek van gisteren?’ ‘Zoetigheid schijnt niet zo goed voor je te zijn.’
‘Dat maak ik zelf wel uit. Als jij nou even een kopje koffie voor me zet, dan ga ik met taart en koffie hiernaast nog een sigaretje roken.

Gezond eten koken voor iemand met kanker valt niet altijd mee. HanneClaire

Recent Posts

Leave a Comment