Onbekende zeden

Mijn portemonnee! Spijtig kijk ik het busje na dat in de verte om de hoek verdwijnt. ‘Ik had hem op mijn schoot en heb hem in de bus laten vallen’, wend ik mij bedremmeld tot mijn dochter. ‘Jammer, mam, gelukkig heb ik ook geld bij mij.’ Het duurt nog wel een uur voor het busje vertrekt naar onze vakantieplaats in Turkije. Mijn dochter heeft haar studie afgerond en we zijn twee weken samen op vakantie gegaan. Dat is inmiddels jaren geleden.

Door een mooie vakantieposter ben ik even terug in die tijd. Voor ons bevindt zich een grote winkel in kleden en curiosa. Daar zoeken we ons heil maar voorlopig. De eigenaar, een rustige man van in de zestig, biedt ons thee aan en al gauw zitten we plezierig te kletsen in het Engels. Opeens floept de deur open en gehaast komt er een man binnen. De buschauffeur! In zijn uitgestrekte hand ligt mijn portemonnee. Hij vertelt de eigenaar in rap Turks dat een van de passagiers die aan hem heeft gegeven. Hij is doorgereden tot hij een plek vond waar hij het busje veilig kon achterlaten. Hij heeft een fiets geleend en is snel naar deze bushalte terug gefietst. En nu moet hij meteen weer naar de bus. De passagiers die erin zitten, wachten op hem. Diep geraakt drink ik van mijn thee. Zou een Nederlandse buschauffeur ooit zoiets doen? Los van strakke tijdschema’s? Opnieuw komt er een man binnen. Hij blijkt de zoon van de eigenaar te zijn. Het is een zeer aantrekkelijke man. Weerbarstige donkere krullen, grote lichtbruine ogen met lange wimpers, slank figuur, mooie kleren, en een brede dikke sprankelende gouden trouwring. Ook hij komt erbij zitten met een glas thee. Steeds vaker wendt hij zich tot mijn dochter. ‘Ga je vanavond met mij mee uit?’ vraagt hij haar tenslotte rechtstreeks. ‘Ik weet een leuk restaurantje vlakbij en ik breng je wel terug naar je hotel.’ Mijn dochters blik gaat naar zijn opvallende trouwring. ‘Samen met je vrouw’? De man wuift haar woorden weg met zijn hand met ring. ‘Mijn vrouw blijft thuis. Zij weet ervan en is het gewend.’ Mijn dochter en ik kijken elkaar aan: vrijwillig gewend? ‘Ik ben samen met mijn moeder’, zegt mijn dochter beslist. ‘Ik doe niets zonder haar.’ ‘O, dat is geen punt, hoor. Dan nemen we mijn vader toch mee voor je moeder.’ Nasnikkend van het lachen stappen we in het volgende busje.

Recent Posts

Leave a Comment